![]() |
3 Mei 2025
![]() Op zaterdagochtend 3 mei rijdt een echtpaar op de A37 vanuit de richting Hoogeveen naar Emmen. Ze komen net terug van een vakantie. Na even gestopt te zijn bij een benzinestation vanwege de vermoeidheid van de lange reis, vervolgen ze de weg naar huis. Waarschijnlijk raakt door de vermoeidheid de auto de geleiderail en slaat over de kop. Vervolgens gaat de auto over de middengeleider heen en komt tussen beide rijbanen terecht. Daar glijdt hij via het talud naar beneden en belandt in het aangrenzende water. De auto begint meteen te zinken. De bestuurder en bijrijder zitten beiden vast in de auto.
De heer Koster (53 jaar) is op dat moment in de buurt aan het werk als medewerker van Rijkswaterstaat. Terwijl hij in gesprek is met een bestuurder van een defecte camper, hoort hij plotseling een harde klap achter zich. Wanneer hij zich omdraait, ziet hij een auto over de kop slaan en het talud tussen beide rijbanen afglijden. Hij weet dat er daar water is en dat de situatie ernstig kan aflopen. Met gevaar voor eigen leven steekt hij de rijbaan over en gaat over de middengeleider het talud af. Eenmaal onderaan het talud ontdekt hij dat hij de auto aan het zinken is. Hij vraagt de eigenaar van de camper om 112 te bellen en gaat het water in om de inzittenden van de auto te redden. De auto is inmiddels met de neus naar voren gezakt. Ondertussen stopt er een passerende auto met daarin mevrouw Meijer-Pijnaker omdat zij iets op de weg ziet liggen. Zij kijkt naar het kanaal en ziet daar een auto in liggen.. Ook mevrouw Meijer-Pijnaker kleedt zich deels uit en gaat te water. Aan de passagierszijde ziet Koster dat er een vrouw in de auto zit die niet zelf uit de auto kan komen. Hij probeert de deur aan die zijde open te krijgen, maar deze zit door het incident volledig vast. Hij trekt zelfs zo hard aan de hendel dat deze afbrak. Het lukt vervolgens wel om het achterportier te openen en de vrouw via de achterbank naar buiten te trekken. De heer Koster vraagt de drenkeling of er nog anderen in de auto zitten, waarop zij antwoordt dat haar man ook in de auto zit. Mevrouw Meijer-Pijnaker zwemt met de vrouw naar de kanten bekommerd zich over haar. De auto is ondertussen verder gezonken. Koster probeert de man te vinden, maar bij de bestuurdersplaats kan hij hem niet ontdekken. Dan duikt hij dieper en voelt ineens de arm van de man. De man blijkt bewusteloos. Het lukt hem om de man uit de auto te trekken, die inmiddels volledig onder water is. Uiteindelijk wordt de man met behulp van de gearriveerde brandweer op de kant gehesen. Een trauma-arts wordt per helikopter ingevlogen voor de behandeling van de slachtoffers. Twee slachtoffers worden per ambulance vervoerd naar het ziekenhuis. De man heeft twee weken in het ziekenhuis gelegen, met meerdere fracturen en een bloeding in de milt. De man kan zich van het ongeluk niets meer herinneren. De Maatschappij bekroont beide redders met een zilveren medaille. |
![]() |